Gedichten gebracht door vleugel f

Hostie

In de waan dat ik dit schrijf
en in de hoop dat jij dit leest
en in de wanhoop dat dit lijf
zich enkel droomt wat is geweest
leg ik de boeken neer vandaag.

Het is nu middernacht. De vraag
wat ik hier aan moet met mijn botten
gaat nu slapen in een pil,
een hostie die mij zal verlossen
van jouw afwezigheid. Wees stil.

Leonard Nolens

Er zijn ziekten erger dan ziekten,
Er zijn pijnen die geen pijn doen, zelfs niet in de ziel,
Maar pijnlijker dan alle andere.
Er zijn gedroomde angsten, werk’lijker
Dan die welke het leven met zich brengt, er zijn gevoelens
Die men voelt alleen door ze te denken
En die meer de onze zijn dan ’t leven zelf.

Geef mij nog wat wijn, want het leven is niets.

Fernando Pessoa

Hou me vast, geduld, ook nu we samengaan
Als gaan en hurken, strelen en kapotte handen.
Als je kunt zal ik mij ook vanavond kuilen
Voor de nacht, en dromen, dromen dat ik slaap,
En dat ik slaap door alles heen en iedereen

Leonard Nolens

De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd-
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Martinus Nijhoff

Tijd bestaat bij de gratie van keuze

keuze bestaat bij de gratie van alternatieven

alternatieve bestaan bij de gratie van een toekomst

een toekomst bestaat bij de gratie van een verleden

een verleden dat vergeten moet worden

Zwanenzang

Misschien wil ik dat je bloedt, omdat ik bloed. Omdat je zoet. Omdat ik voel wat je doet. Omdat ik voel hoe je kijkt, en niet wijkt.

Dat je strijdt. Wij buigen nederig, zowaar, leggen onze kop in uw schoot en begraven elkaar.

Nelle Van Damme voor Radio Begijnenstraat op muziek van Tram6o4/ akkafscene

 

‘Waarvandaan?’ ‘Van de dood.’

‘Waarheen?’ ‘Naar de dood.’

‘En jij?’ ‘Van het leven. Naar het leven.’

‘Wie ben je?’ ‘Ik ben Jou.

Als in de spiegel:

jij bent mijn spiegelbeeld.

Of omgekeerd.’

‘Hoe stellen we vast wie wiens spiegelbeeld is?’

‘Dat lukt nooit. Er is geen spiegel.’

Aleksander Wat

 

Hoe druk en toch onlijfelijk lopen zij met de lucht van toneel in hun baarden!

Hoe zij gebaren dat zij ter plekke en leven gebaren…

Tom Lanoye, Fort Europa

 

Dichterlijke vrijheid

Tussen twee angsten

dus tussen twee liefdes

heb ik mijn vruchtbaarste jaren verdeeld

Leonard Nolens, bi-lingual gebracht (Russisch en Nederlands)

 

Tranenwep

Steunend en kreunend duwen de locos motieven voort

Pakt, pakt nu de Gijnbeenstraat

de Gijnbeenstraat

Daar klopt het hart

van wel 700 man en meer

Matrassen en al

Vandaag was ik veel en alleen, Leonard

De boer ploegde voort in de stad.

In tranenwep

zijn de huizen mooi o zo mooi en de straten koud

de mannen – welke mannen

en de vrouwen veel te jong of veel te oud

de mensen leven draaien en duvelen

en de rest hangt aan moeders schoot

en in de Gijnbeenstraat, daar wacht ik al jaren dood

en de straten lopen zo scheef als een zinkend schip

de mannen zijn altijd dronken en luiddruchtig

en de vrouwen vervelen zich aan de haard

de mensen wensen zichzelf te pletter

en in de Gijnbeenstraat staat dan toch een mens

Nelle, Caroline voor Radio Begijnenstraat

 

Want wie verdraagt de martelingen van de wereld,

de dwang van de dictator,

de verachting van de rijken,

het verdriet om een verloren liefde,

de gerechtelijke dwaling,

de ambtelijke willekeur

en de trap na voor zelfs de kleinste goede daad,

als hij zichzelf daarvan kon verlossen met één dolkstoot?

William Shakespeare, Hamlet

Zijt gij, o vrouwe, hier niet bang?

Wanneer die duistre deuren draaien –

Die deuren, waar zij eens als kind

Naar wierp, in angst, met stukken grind,

En dacht: zij hoorde duidlijk ’t klagen

Van wie daar binnen roerloos lagen.

Edgar Allen Poe

100 miljoen Chinese kevers op de trap. naar de hel…

kom drink met mij

Charles Bukowski

Jezelf zijn om het even wie.
Maar jezelf zijn.

Je eigenliefde kopen
Van straatventers, met je zelfhaat
Honden dresseren, met je hartaandoening

Leonard Nolens

En nu?

Ik zit hier ziek nu

Ik wacht om te leven ik wacht om te sterven

Charles Bukowski

Geft Da Kaske Na Is Hier

Hugo Matthijsen

Remedia Amoris

Zoek een bezigheid. Maak gedurende lange tijd een verre reis.

Vertrouw niet op toverkunsten. Hamer op de slechte kanten van je beminde.

Publius Ovidius Naso

Wat kan ik voor je doen, ik moet toch van je blijven.

Ik heb je toch op mij genomen zonder je te nemen

Zonder me te geven want ik ben alleen maar jij.

Ik ben alleen maar jij geweest om niet te moeten zijn.

Leonard Nolens

Duikboot. Duik. Buik. Boot.

Een buikboot? Nee, een duikboot! Voor Jan met de bootbuik.

Geert De Kockere.

Troostlied voor wie met kerst alleen is

Wees niet zo bang voor Kerst. Het zijn twee dagen,
dat is niet meer dan achtenveertig uur,
En uren, het ene vlug, het andere trager,
uren vervliegen op den duur.

Raak niet verloren in herinneringen,
wees toch een beetje wijzer deze keer.
Zing maar van “Stille Nacht” als je kunt zingen,
want stil zal het zijn, die nachten. Zeer.

Willem Wilmink

Toen ik al bijna ontwaakt was herinnerde ik mij
dat ik die nacht in het verleden had geleefd
en zonder de geringste verbazing weer
geloofd had dat God bestond

ik wilde hem eindelijk wel eens spreken
het is een bijzonder aardige man zei iemand
je kunt hem gerust eens bellen

Rutger Kopland

 

Niets is de mens –
een rimpeltje
een vlekje stof in het heelal
waar, als de wind straks liggen gaat,
echt niemand meer aan denken zal.

Josephine Banens

……gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Rutger Kopland

Verweerschrift van de rechter

Door u ben ik geen mens meer

ik ben de zure appel

waar de mensheid in moet bijten

Tom Lanoye

nihil

en dit alles grauwe cel

niet het ganse arme leven

Paul Van Ostaijen

Terug naar de natuur

​Er was een man, ik zeg niet wie
hij was, die hield van de natuur,
althans dat dacht hij, want hij had
gehoord dat daar zoveel te vinden was

Rutger Kopland

3 keer per nacht schijnt een zaklamp straal in uw gezicht

ze komen je slaap onderzoeken

ze inspecteren je dromen

geen raam kan er open

Leonard Nolens op muziek van Tram6o4/ akkafscene

De vraag wie ze is

….

er zijn momenten dat ik ineens weer weet
dat de mens eenzaam is, ook ik

en dat ik naar haar kijk en denk: zij daar
dat is ze, zo zichtbaar, zo sterfelijk

Rutger Kopland